Variatietips voor je appelpannenkoeken
Appelpannenkoeken zijn makkelijk aan te passen aan je eigen smaak. Bestrooi ze met kaneelsuiker of schenk er wat stroop overheen voor een zoete afwerking. Of houd het luchtig met alleen een beetje poedersuiker. In plaats van appelringen kun je ook geraspte appel door het beslag roeren, dan zit de appelsmaak in de hele pannenkoek.
Wil je variëren met fruit, probeer dan eens dunne plakjes peer of banaan op dezelfde manier te verwerken in je pannenkoeken. En voor een hartig-zoete combinatie bak je een paar reepjes spek mee onder de appelringen, dat is een verrassend lekkere klassieker.
Baktips voor de lekkerste appelpannenkoeken
Voor de lekkerste appelpannenkoeken kies je friszure appels zoals goudreinet of elstar, die houden hun vorm goed en geven een frisse tegenhanger voor het zoete beslag. Snijd de appels in dunne ringen, want dikke ringen worden in de pan niet goed gaar. Giet eerst wat beslag in de pan en leg de appelringen er meteen op zolang het beslag nog vloeibaar is, dan bakken ze mooi vast.
Bak de pannenkoeken op een rustig, niet te hoog vuur, zo gaart de appel zacht zonder dat de buitenkant te snel bruin wordt. Draai de pannenkoek pas om als de bovenkant bijna droog is en de onderkant goudbruin, dan blijft hij mooi heel. Vet de pan tussendoor steeds opnieuw licht in met boter of olie voor een gelijkmatig resultaat.