Variaties op je appelbeignets
Appelbeignets zijn makkelijk aan te passen aan je eigen smaak. Kies stevige, licht zure appels zoals goudreinetten, dan blijven de plakken mooi heel in het beslag en smaken ze fris tegen het zoete jasje. Heb je een keer geen appel in huis, probeer dan eens ananasbeignets met plakjes verse of uitgelekte ananas.
Voor een borrel of een verjaardag snijd je de appels in kleinere stukjes en maak je er mini appelbeignets van, zodat je lekkere kleine hapjes voor je gasten hebt. Wil je wat minder frituren, dan lukken appelbeignets ook in de airfryer of in de oven, al worden ze dan iets minder knapperig dan uit de pan. Strooi vlak voor het serveren nog wat extra kaneelsuiker over de warme beignets voor die vertrouwde oudhollandse smaak.
Baktips voor de lekkerste appelbeignets
Voor de lekkerste appelbeignets draait het vooral om de temperatuur van de olie en de dikte van je beslag. Verhit de frituurolie tot ongeveer 190°C, want in te koude olie zuigen de beignets vet op en worden ze zwaar. Roer het beslag glad met een garde tot het mooi aan de appel blijft hangen, niet te dik en niet te dun. Dep de appelplakken vooraf droog met wat keukenpapier, zo hecht het beslag beter en spat de olie minder.
Bak steeds maar een paar appelbeignets tegelijk, dan blijft de olie op temperatuur en worden ze overal gelijkmatig goudbruin. Laat de appelbeignets daarna even uitlekken op keukenpapier en strooi de kaneelsuiker er overheen als ze nog warm zijn, dan blijft die het beste plakken. Heb je beignets over, bewaar ze dan afgedekt en warm ze de volgende dag kort op in de oven of airfryer, zo worden ze weer heerlijk knapperig.