Variatietips voor je crème brûlée
De klassieke crème brûlée heeft een vanillesmaak, maar je kunt de custard heel goed een eigen draai geven. Roer bijvoorbeeld wat oploskoffie of een lepel speculaaskruiden door het warme custardmengsel voor een variant die het in de winter goed doet.
Of leg een paar stukjes aardbei, framboos of mango onderin het schaaltje voordat je de vanillepudding erop schenkt, dan heb je een frisse verrassing onder de romige laag. Voor een echt feestelijk toetje maak je de crème brûlée in mooie glaasjes en zet je ze alvast klaar in de koelkast. Zo hoef je op het moment zelf alleen nog de suiker te branden vlak voordat je gasten aan tafel gaan.
Baktips voor een gladde crème brûlée
Een gladde crème brûlée zonder klontjes begint bij het goed mengen van de custard. Roer het custardpoeder en de suiker eerst door een paar lepels koude melk, dan lost het straks makkelijk op in de warme melk met slagroom. Breng het geheel al roerend aan de kook en laat het daarna een paar minuten zachtjes doorkoken, zodat de pudding lekker dik wordt en niet aanbrandt op de bodem.
Vul de soufflébakjes tot de rand en laat de pudding eerst helemaal opstijven in de koelkast. Want alleen op een koude, stevige custard krijg je een mooie krokante bovenkant. Strooi er vlak voor het serveren een dun laagje fijne kristalsuiker overheen en beweeg de brander rustig heen en weer tot de suiker goudbruin karamelliseert. Brand de suiker het liefst op het laatste moment, anders wordt de laag zacht en verlies je dat lekkere krokante tikje.