Variatietips voor je appelcrumble
Een appelcrumble is heel geschikt om mee te variëren, want bijna elk fruit past onder zo'n heerlijke kruimellaag. Vervang een deel van de appel eens door stukjes peer of rabarber of meng een handje blauwe bessen of bosvruchten door de appelstukejes voor een frisse, wat zurige smaak. In de kruimels zelf kun je havermout of grofgehakte noten mengen, zo krijgt de bovenkant nog wat extra crunch.
Houd je van kruidige smaken, meng dan wat speculaaskruiden of een paar rozijnen door de appelblokjes. Wil je er een echt toetje van maken voor je gasten, verdeel de crumble dan over kleine glaasjes of ovenschaaltjes en serveer met een lepel custard of wat slagroom naast het vanille ijs.
Baktips voor een knapperige appelcrumble
Voor een goede appelcrumble draait alles om koude margarine of boter. Haal de margarine dus pas op het laatst uit de koelkast en meng de ingrediënten voor het kruimeldeeg kort met de deeghaken (of met koude handen), tot je losse kruimels hebt en geen samenhangende deegbal. Voeg het ei als laatste toe, dan blijft het mengsel mooi kruimelig. Strooi de kruimels losjes over de appel en druk ze niet aan, zo wordt de bovenkant lekker knapperig terwijl de appel eronder zacht en smeuïg blijft.
Kies voor stevige, licht zure appels zoals goudreinet of elstar, die vallen tijdens het bakken niet helemaal uit elkaar. Bak de crumble ongeveer 20 minuten op 170°C tot de bovenkant goudbruin kleurt. Kleurt de bovenkant al snel maar zijn de appels nog stevig, leg er dan losjes een velletje aluminiumfolie op. Serveer de appelcrumble het lekkerst warm, met een bolletje vanille ijs dat er langzaam overheen smelt.