Variatietips voor je kersenflappen
Het fijne aan flappen van bladerdeeg is dat je de vulling makkelijk kunt wisselen. Gebruik in plaats van kersen eens appel-, abrikozen- of frambozenvlaaifruit, zo maak je van hetzelfde recept heel andere flappen. Een lepeltje amandelspijs of wat kaneel bij de kersen geeft de vulling extra smaak. Of strooi voor het bakken wat amandelschaafsel of parelsuiker over de eierlaag voor een knapperig randje.
Voor de kinderen maak je kleinere flapjes, handig om zo uit het handje te eten. Serveer de kersenflappen eventueel met een beetje poedersuiker. Of lekker warm met een bol vanille-ijs als toetje.
Baktips voor krokante kersenflappen
Voor krokante kersenflappen die niet lekken tijdens het bakken, is het goed dichtvouwen het belangrijkste. Leg niet te veel vulling op het deeg, ongeveer een eetlepel per plakje is genoeg. Anders loopt de kersenvulling er tijdens het bakken uit. Vouw de plakjes schuin dicht tot een driehoek en druk de randen stevig aan met een vork, zodat ze goed sluiten.
Verwerk het bladerdeeg als het net ontdooid en nog koel is, dan blijft het luchtig en bros in de oven. Bestrijk de flappen met losgeklopt ei en bak ze op een hoge temperatuur van ongeveer 225°C tot ze goudbruin en gaar zijn. Laat de kersenflappen na het bakken even afkoelen, want de vulling is direct uit de oven nog erg heet.