Variatietips voor je apfelstrudel
Deze apfelstrudel laat zich makkelijk aanpassen aan je eigen smaak. Vervang de hazelnoten bijvoorbeeld eens door walnoten of amandelen. Of meng er een lepel amandelspijs door voor een vollere vulling. Wel de rozijnen vooraf in een beetje rum of appelsap, dan worden ze lekker zacht en sappig.
Voeg naast de appel eens wat stukjes peer of een handje cranberry's toe voor een frisse, fruitige draai. Serveer de strudel warm met poedersuiker, een bol vanille ijs of een lepel vanillesaus, en je hebt zo een feestelijk toetje voor je gasten.
Baktips voor een krokante apfelstrudel
Voor een apfelstrudel met een krokante bodem is het belangrijk dat de appelvulling niet te veel vocht afgeeft. Kies daarom friszure appels zoals goudreinet of elstar, snijd ze in kleine stukjes en meng ze met de suiker en kaneel. Strooi een lepel paneermeel of fijngemalen beschuit over het deeg voordat je de vulling erop legt, dat neemt het vrijkomende vocht op en houdt de bodem knapperig.
Rol het bladerdeeg net na het ontdooien uit als het nog koel is en druk de randen goed op elkaar, zodat de strudel tijdens het bakken niet openscheurt. Bestrijk de bovenkant met losgeklopt ei en prik er een paar gaatjes in, zo kan de stoom ontsnappen. Bak de apfelstrudel op 200°C in ongeveer 25 tot 30 minuten goudbruin en gaar. Laat hem daarna even rusten voordat je hem aansnijdt.